Mendelssohn en de Matthäus Passion

Mendelssohn en de Matthäus Passion

Het is een alom bekend feit dat het Felix Mendelssohn was die in 1829 de basis legde voor een traditie die nu nog zichtbaar is in onze huidige samenleving, namelijk een nieuwe opvoering van de Matthäus Passion van J.S. Bach. Een opvoering die zich kenmerkte door het ‘eigentijdse’ karakter, nadat de passie al heel lang niet meer was uitgevoerd. Het is een voorbeeld van een compositie die vanuit een historisch bewustzijn door Mendelssohn werd gekozen en sindsdien gecanoniseerd is. Dit historisch bewustzijn bepaalde echter op welke wijze deze Matthäus zou worden uitgevoerd. Mendelssohn was een groot bewonderaar van Bach zoals Garratt citeert. Als religieus opgevoede musicus was hij in zijn historisch bewustzijn zeer beïnvloed door zijn leraar Carl Friedrich Zelter, die de muzikale nalatenschap van Bach wilde veilig stellen. Mendelssohn was echter van mening dat deze muziek een product van de tijd was waarin deze was gecomponeerd en ‘…becoming ideals estrangled from the present…’. Hij was zich zeer bewust van het historische karakter van de werken, maar stelde deze ook ter discussie.

Illustratief hiervoor is de uitvoering van de Matthäus Passion in de Singakademie in Berlijn in 1829. Omdat Mendelssohn van mening was dat het werk’…required drastic cuts in order to be reclaimed for a modern audience…’ werden er verschillende delen uit weggelaten. Hiermee plaatste hij de muziek van Bach in de negentiende eeuw waarbij hij de componist weer opnieuw in de belangstelling bracht. Volgens Marissen was de keuze van Mendelssohn voor de Matthäus Passion en de door hem aangebrachte ‘cuts’ vooral gebaseerd op religieuze gronden. Hij wilde een christelijk werk brengen waarmee hij als (bekeerde) Jood tevens een statement afgaf: een Jood die een christelijk werk (als in de kerk) uitvoerde. Volgens Marissen konden alle weggelaten delen, zoals een aantal koralen, enkele soli en delen uit recitatieven, worden opgevat als anti-Joods. Dit waren met name de delen waarin het Joodse volk Christus beschimpte en hem daarmee veroordeelde. Mendelssohn handelde met deze versie van de Matthäus Passion in de geest van de tijd van de negentiende eeuw; er heerste een toenemende anti-Joodse stemming in Duitsland en Mendelssohn wilde daaraan niet meewerken.

Mendelssohns historisch bewustzijn bracht hem ook dilemma’s hoe om te gaan met muziek uit het verleden. Opgegroeid in de traditie van Bach en Beethoven, wilde hij de verworvenheden van het verleden niet allemaal kwijt. Hij wilde vernieuwing van de muziek door het verleden te integreren. In dit kader wordt terecht gesproken over ‘appropriation’ hetgeen (in dit verband) zoveel wil zeggen als het zich toe-eigenen van kenmerken van de oude muziek, waarmee hij de relatie met het verleden wilde behouden en wat zijn muziek eclectisch maakt.

In hoeverre is er sprake van canonisering van de Matthäus Passion op de wijze waarover Weber spreekt? De auteur spreekt van scholarly, pedagogical en performing canon. Dit laatste type canon bestaat volgens de auteur vooral ‘in public contexts’ en ‘coexist and interact extensively’ met the pedagogical canon. Hij spreekt tevens over de ‘performance of great works that has been the centre stage.’ Hoewel ‘de Matthäus’ vanzelfsprekend veel onderwerp van onderzoek is geweest, zijn het mijns inziens vooral de opvoeringen die het werk zo populair hebben gemaakt dat ieder jaar bijna ontelbare uitvoeringen plaatsvinden. Het is daarbij opmerkelijk dat, evenals in de negentiende eeuw, de uitvoeringen heden ten dage ook worden aangepast aan de tijd en tijdgeest, getuige de uitvoeringen in het Nederlands en de versie voor kinderen. Een praktijk die getuigt van modern historicisme.

Literatuur

Marissen, Michael.

1993    ‘Religious Aims in Mendelssohn’s 1829 Berlin-Singakademie Performances of Bach’s St. Matthew Passion.’ The Musical Quarterly. Oxford: Oxford University Press 4: 718-726.

Weber, William.

1999    ‘The history of musical canon’. Rethinking music. Red. Nicholas Cook en Mark Everist. Oxford: Oxford University Press. 336–355.

Garratt, James.

2004    ‘Mendelssohn and the rise of musical historicism’. The Cambridge companion to Mendelssohn. Red. Peter Mercer-Taylor Cambridge: Cambridge University Press. 55–70.