De Liedertafel

De Liedertafel, waarmee in het algemeen een mannen zangvereniging wordt aangeduid, ontstond in de 19de eeuw in Berlijn en zou ook in Nederland veel navolging krijgen in de oprichting van vele mannen zangverenigingen.
Minder bekend is een fysieke vorm: de ‘Liedertisch’ waarop melodieën werden genoteerd, zoals de ‘Passauer Liedertisch’ uit de 16de eeuw, een ronde tafel waarop vierstemmige melodieën genoteerd staan ter ere van de Fürstbischof van Passau, Urban von Trennbach. Deze bisschop had gedurende 37 jaar met kerkelijke en wereldlijke macht de leiding over het bisdom Passau.
In dit artikel wordt, na een korte inleiding over het ontstaan van de Duitse en Nederlandse Liedertafels, ingegaan op het ontstaan en de inhoud van de ‘Passauer Liedertisch’.

In 1809 riep de Duitse componist en dirigent van de Berliner Singakademie Carl Friedrich Zelter (1758-1832) een gezelschap van 24 vrienden bij elkaar; zij waren allen componist, musicus of dichter. Het doel van de bijenkomst was gezelligheid in het samenzijn, maar ook en vooral het ten gehore brengen van eigen composities. Deze vereniging noemde hij de ‘Liedertafel’, naar de tafelronde uit de Arthur-sage. Deze stond later bekend als de ‘Berliner Liedertafel’. Zelter, van oorsprong bouwondernemer, richtte zich op de middenklasse en was als dirigent overtuigd van de sociale rol van koorzang; hij wilde op deze wijze verbroedering tussen de bevolking stimuleren.

 

 

 

 

 

Afb. 1: Tafelronde uit de Arthur sage (http://pentagram.rozenkruis.nl/artikel/de-keltische-graal-en-de-arthursage/)

In 1817 vond onder zijn leiding het ‘Erste Niederrheinische Musikfest’ plaats, waar koren van circa duizend zangers optraden en daarmee de Duitse nationaliteit vierden.
De liedertafels of mannenzangverenigingen die omstreeks 1830 naar Duits voorbeeld ontstonden, hadden een heel andere achtergrond. De deftige verenigingen waarin musici samenkwamen en waarin eigen composities ten gehore werden gebracht, bleken ook voor de middenklasse aantrekkelijk en zo ontstonden de eerste liedertafels in Duitsland al kort na 1800.
In Nederland werd de eerste liedertafel in 1827 in Dordrecht opgericht onder de naam Aurora, gevolgd door Caecilia in Den Haag en Zang en Vriendschap in Haarlem, waarna vele volgden. Deze mannenkoren waren vooral lokale, redelijk besloten gezelligheidsverenigingen van jongemannen waarin het populaire Duitse repertoire centraal stond en waarvoor zangersfeesten en concoursen belangrijk waren en een mogelijkheid hun stad of dorp te vertegenwoordigen.
Mede naar aanleiding van het feest van het Nederrijns Zangersverbond te Kleef, dat in de jaren daarna opvolgers vond in de Nederrijns-Nederlandse Zangersfeesten die beurtelings in Kleef en Arnhem plaatsvonden, werden in de loop van de negentiende eeuw meer dan honderdvijftig mannenzangverenigingen in Nederland opgericht.

De Passauer Liedertisch

De zogenaamde ‘Passauer Liedertisch’ die ik bij mijn bezoek aan de Kunstkamer met oude muziekinstrumenten in het Kunsthistorisch Museum in Wenen (juni 2017) tegenkwam, zou als equivalent van de Liedertafel kunnen worden beschouwd. Een klein onderzoek toont aan dat deze ‘liedertafel’ het oudst overgebleven aandenken is aan de meerstemmige muziek uit de omgeving van de Domkerk van Passau.

 

 

 

 

Afb. 2: Passauer Liedertisch (https://regiowiki.pnp.de/index.php/Passauer_Liedertisch)

 

 

 

 

 

 

Afb. 3: Passauer Liedertisch bovenaanzicht. (http://www.digital-musicology.at/de-at/edi_tisch_pre.html)

Deze ‘Liedertisch’ is in 1590 door de Passauer graveur en steenetser Caspar von der Sitt vervaardigd. De Afdeling Musikwissenschaft (IKM) der Österreichischen Akademie der Wissenschaften heeft onderzoek gedaan naar de inhoud van de Liedertisch.

In meerdere concentrische cirkels zijn allerlei patronen, tekeningen en 24 afbeeldingen van wapens van medewerkers van het Domkapittel van Passau opgenomen. Centraal daarin staat het wapen van de Fürstbischof van Passau, Urban von Trennbach, aan wie de tafel is opgedragen. In de binnenste cirkel staat het planetenstelsel met verwijzing naar de indeling van dag en nacht, de bij de dagen  horende planeten en namen van Romeinse goden waarnaar de dagen zijn vernoemd: Zon, Maan, Mars, Mercurius, Jupiter, Venus, en Saturnus.

 

 

 

Afb. 4: Passauer Liedertisch. (eigen foto)

In de buitenste cirkel van de tafel staat een gedicht dat naar de vergankelijkheid van het leven verwijst, door een ornamentale band gescheiden van de muzieknoten en liedtekst. Hier staan driemaal de zangstemmen van de cantus, alt, tenor en bas in mensuraal notatie geëtst. Deze muzieknotatie werd van de late middeleeuwen tot de vroege renaissance gebruikt en gaf voor het eerst de exacte waarde van de noten aan. Door de tafel meermalen rond te draaien wordt de inhoud van de tekst duidelijk.

 

 

 

Afb. 5: mensuraal notatie. (eigen foto)


Welke liedteksten staan op deze tafel genoteerd?

Het online platform ‘digital-musicology’ van de afdeling Musikwissenschaft van de Oostenrijkse Academie van Wetenschappen heeft de volgende melodieën geanalyseerd en in moderne en mensurale notatie opgenomen.

Allereerst het madrigaal ‘Fugga longe da me torment’e noia (Venetië 1578) gecomponeerd door Marc’Antonio Ingegneri (1547-1592), de Italiaanse componist die onder andere Monteverdi als leerling had:

 

 

 

 

Afb. 6: Eerste regel Fugga longe. (http://www.digital-musicology.at/de-at/edi_tisch.html)

Fugga longe da me torment’e noia, poi che la donna mia, tutta cortes’e pia, gli accesi spirti miei nutrisc’in gioia. Alma, ch’ardendo d’infocat’ardore, di speme vòta et colma di desire bramasti di morire. Cant’or con liet’e con ridente core, poi che la donna mia..

[Vrij vertaald: Moge kwelling en rampspoed van mij wijken, want mijn geliefde vrouwe, vol lieftalligheid en bekoorlijkheid, heeft mijn zinnen doen ontwaken en gevoed met vreugde.  Mijn ziel, in vuur en vlam gezet, leeg van hoop maar vol verlangen, begeerde slechts te sterven. Zing nu met een hart vol blijde vreugde,  want mijn vrouwe …. ] Vert. Ineke Vedder.

Vervolgens worden twee werken van Orlando di Lasso (1532-1594) genoemd. De Fürstbischof van Passau was zeer gesteld op muziek van deze componist.

Het Chanson ‘Deus qui bonum vinum creavit (Parijs 1567) is een contrafact van een calvinistisch lied. De tekst komt uit het Bijbelboek Ezechiël 33:

 

 

 

 

 

Afb.  7: Eerste regel Deus qui bonum. (http://www.digital-musicology.at/de-at/edi_tisch.html)

Deus qui bonum vinum creavit, et vino abutentes capitis dolore mulctavit. Tollet prorsus istis intellectum, nec umquam quietum invenient lectum.

[Vrij vertaald : Het is God die de goede wijn heeft geschapen, misbruikers worden met pijn in het hoofd gestraft en zullen geen rust vinden.]

En tenslotte het Duitse drinklied Seitt frisch auf ir Lieben geste’ dat een contrafact is van het chanson ‚Margot labourez les vignes’ van Jacob Arcadelt:

Afb. 8: Eerste regel Seitt frisch. (http://www.digital-musicology.at/de-at/edi_tisch.html)

Seitt frisch auf ihr Lieben geste, date nobis bibere. Besser ist ein gutter Wein dan Biere. Last uns fröhlich sein in allen Ehren, Gott der Herr der wel uns dies bescheren; le­va­te das gläslein; Umbher geh; date nobis bibere. Besser ist ein guter Wein dan Biere. Ghabt euch alle wel und seit Freiden vol: bibite das gläslein: Umbher gehe: date nobis bibere. Besser ist ein gutter Wein dan Biere. (date nobis bibere: geef ons een drankje).

De steenetstechniek werd in het zuiden van Duitsland veel gebruikt voor het vervaardigen van liedertafels. De ‘Passauer Liedertisch’ is één van de liedertafels die door Caspar von der Sitt in de 16de eeuw zijn vervaardigd.

-/-