Galina Oestvolskaya

Een wereld vol eenzaamheid; Galina Oestvolskaja en haar composities

oestvolskaja


Hamerslagen, mokerslagen, misthoorns, fluiten van een locomotief. Veel kwalificaties zijn mogelijk en reeds in gebruik om de muziek van Galina Oestvolskaja te beschrijven. De Russische componiste uit Sint Petersburg werd in 1919 geboren en overleed in 2006. De langste tijd van haar leven leefde zij onder het Sovjet regime, waar weinig vreugde haar gegeven was.

Dat zou een conclusie kunnen zijn na het zien van de documentaire ‘Toonmeesters’, door Cherry Duyns en Reinbert de Leeuw, in 1994 gemaakt en de documentaire ‘Schreeuw in het heelal’ van Josée Voormans uit 2004. In ‘Toonmeesters’ nauwelijks voor de camera verschijnend, geeft zij in 2004 iets meer van zich zelf prijs. Het beeld dat daaruit voortkomt, is dat van een eenzame vrouw die worstelt met haar geloof en de wereld en alleen haar muziek heeft om dit te uiten. Het zijn schreeuwen, massieve, dissonante klankclusters waarmee ze de wereld wil laten weten wat zij te vertellen heeft. Hoe wrang is het daarbij om te bedenken dat haar werk tijdens het Sovjet regime nauwelijks werd uitgevoerd. Zij ‘lag niet goed’ in de Sovjet Unie, een eufemisme voor een leven aan de periferie, altijd gewantrouwd en gevolgd door de overheid. En wat moet het voor haar een bijzondere ervaring zijn geweest toen in 2005 in Amsterdam haar Symfonie nr. 2 werd uitgevoerd door het Radio Philharmonisch Orkest met Reinbert de Leeuw op piano: nog nooit had zij deze compositie horen uitvoeren.

Haar carrière begon in de 40-er en 50-er jaren in Rusland. Opgeleid aan het conservatorium in het toenmalige Leningrad en leerling van Sjostakovitsj ontkwam zij niet aan invloeden van haar leermeester. Haar vroegste werk ‘Concert voor piano, strijkers en pauken’ dat dateert uit 1946, getuigt hiervan. Overigens heeft de componiste over de relatie met Sjostakovitsj nooit veel willen uitweiden en áls zij het al deed, was dit niet in positieve zin. Gezien haar latere werk is het opmerkelijk hoe harmonisch en bijna romantisch haar vroege werk klinkt. Voorbeelden hiervan zijn het in 1949 verschenen ‘Trio voor klarinet, viool en piano’ en de in 1952 verschenen compositie ‘Kindersuite’. Duidelijk vanuit tonaliteit gedacht en wellicht tegemoet komend aan de wens van het regime om optimistische, de arbeidersmoraal versterkende muziek te laten klinken. Nadat het in de 60-er jaren na het overlijden van haar echtgenoot stil bleef, nam vanaf 1970 het componeren grote vormen aan.

Als exponent van de moderne tijd, waarin gezocht werd naar de mogelijkheden die klank, dissonantie en chromatiek bood, bracht Oestvolskaja met haar nieuwe composities klanken voort die refereren aan een diep gevoel van tragiek en verlatenheid. In een onafhankelijke stijl schetst zij een dwingende, ongenaakbare sfeer die doet denken aan het sombere (politieke) klimaat van het communisme in de Sovjet Unie. Hoewel veel van haar werken een religieuze titel hebben, zou dit niet wijzen op een religieuze beleving van de componiste. In de documentaire ‘Schreeuw in het heelal’ spreekt zij, als het gaat om de Symfonie nr. 2, echter wél over de schreeuw naar God om hulp. Wellicht is haar religieuze achtergrond (haar vader was dominee) hier toch van invloed.

Eén van de composities die een religieuze titel draagt is de ‘Compositie nr. 3’:’ Benedictus qui venit’ voor vier fluiten, vier fagotten en piano. Evenals in haar andere werk is de instrumentatie hier bijzonder. Als een soort stoomtrein zijn fluiten en fagotten te horen in kwartnoten die elkaar opvolgen in lang uitgerekte chromatische clusters; een soort vraag- en antwoordspel van onder andere kleine secundes, dikwijls verbonden door een soort glissando. De piano ‘hamert’ er met dissonante klanken doorheen, inderdaad gelijkend op hamerslagen, mede door de wijze waarop de piano bespeeld wordt: toetsen moeten zwaar worden aangeslagen, zo niet bewerkt worden met de hele hand. Opvallend is het repetitieve en imitatieve karakter van de klanken; slechts de piano doorbreekt het ritme van de blazers of gaat mee in de cadans van dissonantie. Door de wijze waarop de blazers de klanken voortbrengen is er bijna sprake van een soort trance. Voorzichtig aan het begin, dwingend in het middendeel en uiteindelijk een bijna breekbaar slotakkoord.

Veel kenmerken van ander werk van Oestvolskaja zijn in deze compositie terug te vinden, zoals de zware, dwingende tonen, het repetitieve karakter, de dissonantie en de chromatiek, de kwartnoten onderbroken door piano. Ook de bijzondere instrumentatie is opvallend, hoewel deze minder spectaculair is als in het ‘Dies Irae’ dat geschreven is voor acht contrabassen, piano en een houten kist. Daar zijn de hamerslagen daadwerkelijk hamerslagen. Het gaat Oestvolskaja mijns inziens vooral om de klank die wordt voortgebracht en de dramatiek die hieruit voortvloeit. Er worden wel vergelijkingen gemaakt met Stravinsky, Messiaen of Bach. Zelf zegt ze dat er geen betekenis aan moet worden gehecht en dat het niets met andere muziek of componisten te maken heeft. Het is extreme muziek en vraagt veel van de uitvoerders. De muziek laat geen warmte toe, zij is verlaten en eenzaam, zoals de componiste in de ‘Schreeuw in het heelal’ duidelijk maakt: zo is haar leven, droevig en alleen.

Oestvolskaja had een heel eigen taal, speelde vaak min of meer hetzelfde stuk en was volstrekt onafhankelijk volgens Reinbert de Leeuw. Het is dankzij deze musicus dat er zoveel composities van Oestvolskaja zijn vastgelegd.
-/-

Bronnen
• Toonmeesters. Documentaire Cherry Duyns, Reinbert de Leeuw. VPRO 1994 https://www.youtube.com/watch?v=rjnf75uq19E
• Schreeuw in het heelal. Documentaire Josée Voormans. VPRO 2004. https://www.youtube.com/watch?v=ninHa6TqgqM
• Wikipedia; gezien 7 dec. 2015 https://nl.wikipedia.org/wiki/Galina_Oestvolskaja
• Vastenavont, Kristel. Mokerslagen op de poort van de eeuwigheid. 2007-2008. http://www.opusklassiek.nl/componisten/oestvolskaja.pdf
• Interview Josée Voormans. VPRO. Vrije Geluiden. 1 en 2 https://www.youtube.com/watch?v=4TvhWWA_ojw